Escher, metaalconstructies, Zonweg, 1957

J.G.C. Schmitz, Escher constructiewerkplaatsen

“Ik zat in de ketelbouw, de apparatenbouw. Daar moesten dan bouwtekeningen van gemaakt worden voor de fabriek. Er moest ook nog een hele materiaaluittrek gemaakt worden; de platen moesten gerold worden, een front – moest geperst worden – dat gebeurde bij een ander bedrijf. Aan de ketel komen verschillende aan- en afvoerleidingen met meestal bovenin een mangat. Normaal gesproken kon je vanboven erin of van de zijkant. Dat ligt eraan of het voor de veiligheid beter was. Ja, want als je helemaal naar beneden moet dan moet je toch wel een stuk hijsgereedschap hebben om je te laten zakken. Het is helemaal open van binnen.”

De Sierkan, melkinrichting, Lulofsstraat, jaren 30

De Sierkan het verhaal van de heer Visser

“Mijn betrekking bij De Sierkan, 6 mei (1940) kwam ik dienst en 10 mei brak de oorlog uit…” “We leverden ook melk aan de Duitsers.. Hadden we al veertien keer melk geleverd. Per week de rekening ingeleverd en nog geen geld ontvangen. Werd ik er op uitgestuurd…”
Later werkte dhr. Visser in de melkfabriek aan de Laakhaven.
“De fabriek bestond uit twee gedeelten. Het oude gedeelte bestond uit de machinekamer, melkontvangst en botermakerij… Het nieuwe gedeelte uit de flessenfabriek en een mooie ontvangstzaal, vooral voor excursies”.

Zwitsersche Waschinrichting en ververij ‘Rijswijk’, Geestbrugkade 33-38, 1947

R.L. Haak, wasserij De Zwitsersche

“Ja, de Zwitsersche, het was voor mij natuurlijk een openbaring, ik schrok er ook wel een beetje van. Ik kan je wel zeggen, je moest verduiveld hard werken. Er werd je niks cadeau gegeven, als jongetje van 16. Het was behoorlijk aanpakken en ze betaalden ook erg goed, want voor een jongetje van mijn leeftijd 45 gulden in de week, vond ik een hele aardige betaling, in 1953.”

De Sierkan, melkinrichting, Lulofsstraat, ca. 1960

Ben Zuidwijk, de Sierkan

” Als lopende melkboer had je het niet gemakkelijk. Vroeger liepen er in sommige straten wel 15 verschillende melkboeren! De concurrentie was moordend. De melkboeren die bij de Sierkan werkten moesten adressen doorgeven van mensen die in de straten waar ze liepen gingen verhuizen. Dan stond er al hun wagen klaar met heet water om het huis voor de nieuwe bewoner alvast schoon en netjes te maken…”
” sommigen wilden een hele emmer met 5 l melk! Dan moesten we oppassen, want de mensen zetten dan een streepje bij de 5 l grens van en naar, maar – verschoof nogal eens en altijd naar boven natuurlijk”.

De Sierkan, melkinrichting, Berkendael, Loosduinen, ca. 1920

Dhr Stam, de Sierkan

“IJstaarten. Daar zijn wij toen mee begonnen en die vlogen weg. Ik heb toen nog in een kerstweekend 800 van die taarten moeten bezorgen. Al die melkboeren kregen een briefje mee die konden het opgeven wie een ijstaart moest. Dat liep als een trein. Elke zondag had ik er wel een stuk of 12 tot 15. En dat is dan zo typisch. Die man gaat weg en de ijstaarten zakten in. Dat was bij de Sierkan heel gek als de kwaliteit verminderde, dat hadden we bij de kaas ook, we hadden toen een goede kaasverkoper en die kaas liep als een trein bij ons – Loos was dat in de Van Galenstraat, later kwam er een vrouw – dat was mevrouw Huisman – een vriendinnetje van de directeur? – ja die had natuurlijk geen verstand van kaas en dan kreeg je mindere kwaliteit en de verkoop zakte. Dat is heel gek want De Sierkan dat was kwaliteit!”

Dhr Stoffer, de Sierkan

“Keurig netjes in het pak. Hij moest een pet op van de Sierkan en als hij bij de klant aan de deur kwam, was het handje aan de pet en ‘goedemorgen’. Dan was de man ’s middags om een uur of twee a drie klaar. Dan wist Piet, het paard, het al en mijn vader kroop op de bok en die ging zo in het hoekje zitten en die viel in slaap en Piet bracht hem wel terug. Nou en dan begon het ritueel opnieuw dan moest al het lege flessenmateriaal in een bepaalde richting van de fabriek. Daar moest schoongemaakt worden, die bussen. Eer dat die man thuis was, was het vier uur – half vijf en dan zakte hij als een kaartenhuis in elkaar”.

De Sierkan, melkinrichting, Spijkstaalwagen, ca. 1970

mevrouw Bruno-Van Andel, de Sierkan

“Ja, ik weet het nog goed, want ik heb mijn vader geholpen in de wijk aan de Schenkkade met vele zijstraten. Mijn vader was elke ochtend om 06.30 uur bij zijn eerste klanten waar hij een briefje op de mat vond en waar hij zijn bestelling kon neerzetten. Hij bevoorraadde ook de school in die wijk met ‘kleine’ melk. Er was toen nog geen koelkast, dus was alles lauw en warm in de zomer. Van menig klant had hij ook de huissleutel. Toen nog de loper die op elk slot paste zodat hij ook daar de opgegeven bestelling kon neerzetten. Vaak liep hij de trappen wel drie keer op per klant met een grote mand aan zijn arm gevuld met boterkaas, eieren, jam van de Betuwe (Tielse Flip), melk; er zat vaak niet in wat de klant wilde.”

RMI, melkinrichting, Geestbrugkade , Rijswijk, 1936

Pieter Hus, Residentie Melkinrichting (RMI)

“Toen ik net begon, had de RMI ongeveer 83 bezorgers, met ieder een afgebakende wijk. De wagens vielen wel op in het straatbeeld door hun groen-gele kleuren! De bezorgers kwamen ‘s morgens vroeg tussen 5 en 6 uur laden via de “uitrij-stations” die in Den Haag o.a. in de Mandarijnstraat, Keizerstraat en Spaarnestraat waren gevestigd. Ze waren dan afhankelijk van de grootte van de wijk tussen 2 en 4 uur klaar.”
“Het was in die tijd heel gewoon dat de mensen een tas aan de deur hingen met hun bestelling; in sommige gevallen had de bezorger zelfs een sleutel en kon het huis in! Afgerekend werd een keer per week of zelfs per maand als men dat wilde”.