Ben Zuidwijk, de Sierkan

” Als lopende melkboer had je het niet gemakkelijk. Vroeger liepen er in sommige straten wel 15 verschillende melkboeren! De concurrentie was moordend. De melkboeren die bij de Sierkan werkten moesten adressen doorgeven van mensen die in de straten waar ze liepen gingen verhuizen. Dan stond er al hun wagen klaar met heet water om het huis voor de nieuwe bewoner alvast schoon en netjes te maken…”
” sommigen wilden een hele emmer met 5 l melk! Dan moesten we oppassen, want de mensen zetten dan een streepje bij de 5 l grens van en naar, maar – verschoof nogal eens en altijd naar boven natuurlijk”.

Dhr Stam, de Sierkan

“IJstaarten. Daar zijn wij toen mee begonnen en die vlogen weg. Ik heb toen nog in een kerstweekend 800 van die taarten moeten bezorgen. Al die melkboeren kregen een briefje mee die konden het opgeven wie een ijstaart moest. Dat liep als een trein. Elke zondag had ik er wel een stuk of 12 tot 15. En dat is dan zo typisch. Die man gaat weg en de ijstaarten zakten in. Dat was bij de Sierkan heel gek als de kwaliteit verminderde, dat hadden we bij de kaas ook, we hadden toen een goede kaasverkoper en die kaas liep als een trein bij ons – Loos was dat in de Van Galenstraat, later kwam er een vrouw – dat was mevrouw Huisman – een vriendinnetje van de directeur? – ja die had natuurlijk geen verstand van kaas en dan kreeg je mindere kwaliteit en de verkoop zakte. Dat is heel gek want De Sierkan dat was kwaliteit!”

Dhr Stoffer, de Sierkan

“Keurig netjes in het pak. Hij moest een pet op van de Sierkan en als hij bij de klant aan de deur kwam, was het handje aan de pet en ‘goedemorgen’. Dan was de man ’s middags om een uur of twee a drie klaar. Dan wist Piet, het paard, het al en mijn vader kroop op de bok en die ging zo in het hoekje zitten en die viel in slaap en Piet bracht hem wel terug. Nou en dan begon het ritueel opnieuw dan moest al het lege flessenmateriaal in een bepaalde richting van de fabriek. Daar moest schoongemaakt worden, die bussen. Eer dat die man thuis was, was het vier uur – half vijf en dan zakte hij als een kaartenhuis in elkaar”.

mevrouw Bruno-Van Andel, de Sierkan

“Ja, ik weet het nog goed, want ik heb mijn vader geholpen in de wijk aan de Schenkkade met vele zijstraten. Mijn vader was elke ochtend om 06.30 uur bij zijn eerste klanten waar hij een briefje op de mat vond en waar hij zijn bestelling kon neerzetten. Hij bevoorraadde ook de school in die wijk met ‘kleine’ melk. Er was toen nog geen koelkast, dus was alles lauw en warm in de zomer. Van menig klant had hij ook de huissleutel. Toen nog de loper die op elk slot paste zodat hij ook daar de opgegeven bestelling kon neerzetten. Vaak liep hij de trappen wel drie keer op per klant met een grote mand aan zijn arm gevuld met boterkaas, eieren, jam van de Betuwe (Tielse Flip), melk; er zat vaak niet in wat de klant wilde.”

S. Toffolo, terrazzowerker bij firma Rosa

“Op de Pretoriusstraat was geen werkplaats, dat was alleen opslag. Daar waren de hokken voor graniet, de hokken voor cement. ’s Morgens pakte je daar al je spullen. En dat werd of weggebracht, of je huurde een bakfiets”.”Wij werkten veel, zeg maar bij de mensen thuis. Een douchebak maakte je gewoon ter plekke. Dus je stortte het beton en dan het graniet er overheen”.

Pieter Hus, Residentie Melkinrichting (RMI)

“Toen ik net begon, had de RMI ongeveer 83 bezorgers, met ieder een afgebakende wijk. De wagens vielen wel op in het straatbeeld door hun groen-gele kleuren! De bezorgers kwamen ‘s morgens vroeg tussen 5 en 6 uur laden via de “uitrij-stations” die in Den Haag o.a. in de Mandarijnstraat, Keizerstraat en Spaarnestraat waren gevestigd. Ze waren dan afhankelijk van de grootte van de wijk tussen 2 en 4 uur klaar.”
“Het was in die tijd heel gewoon dat de mensen een tas aan de deur hingen met hun bestelling; in sommige gevallen had de bezorger zelfs een sleutel en kon het huis in! Afgerekend werd een keer per week of zelfs per maand als men dat wilde”.

De Sierkan melkfabriek Lulofsstraat een gesprek met dhr Huisman

“…een hele grote machine, die was tweedehands gekocht van een bierbrouwerij. Er zat een generator aan waar je dus stroom mee kon opwekken. Die stoommachine werd in de winter gebruikt tussen 17.00 en 19.00 uur want, dat was de tijd dat de straatverlichting aanging en ook de verlichting in de huizen. Dan kwam er een piek en het net was daar niet op berekend. Fabrieken hadden een extra belasting voor stroomverbruik tussen 17.00 en 19.00 uur en dat was bijna een verdubbeling. Die stoommachine was schitterend om te zien. Ik zie het nog voor me… Dan moesten die stokers en alles wat vrij was onmiddellijk komen tegen die tijd en dan stonden ze de twee lage drukketels, met elk twee vuurgangen, die werden dan helemaal vol gegooid met kolen en die ketels werden op getast tot het maximum wat ze konden hebben aan druk. Dan was het tegen vijven en dan werd de stoommachine aangezet, die kwam dan langzaam op gang en dan kreeg je ineens een hapering want dan werd er overgeschakeld van het net naar het net van de stoommachine. Dan mocht je in de fabriek maar heel weinig stroom gebruiken.”

Dhr Waasdorp, de Sierkan

” Af en toe hadden ze van die speciale dingen, bijvoorbeeld met de kerst dan hadden ze ineens een paar 1000 blikken met fruit, cocktailfruit en ananas. Die moest je verkopen en dan zeiden ze jij hebt zoveel klanten dus jij moet zoveel blikken wegzetten. Daar zat altijd wel een leuke verdienste op dus daar wilde je wel je best voor doen. Dan hadden ze weer Zwanenburg rookworsten en wat je natuurlijk ook al had was margarine. Dan kreeg je weer een wedstrijd wie de meeste Zeeuws meisje verkocht. Dan wie de meeste rookworsten verkocht. Daar kreeg je allemaal extra prijzen voor, maar ze hadden het wel zo voorsierd dat je op het laatst nergens geen tijd meer voor had.”

Dhr Timmer, president-directeur van De Melkunie

“Wij rekenden in de zuivel niet in mensen of geldomzet maar in literomzet, kilo-omzet.”
“Ik ben mijn loopbaan begonnen in 1954 bij de Algemene Vereniging voor Melkvoorziening (AVM), dat was een soort kartel voor West-Nederland waarin boeren, fabrikanten en melkhandelaren samenwerkten. …ik stapte in 1964 over naar de coöperatieve zuivelindustrie en werd adjunct-directeur bij de CMC.

Elly Berkhuijsen, Berky frisdrank

“En dan moest je bij de cider, die kleur doen, wat naar die roze snoepjes, die perendrups smaakt, daar moest je urenlang in roeren….De koolzuur kwam uit die staven, dat werd meteen gemengd in die machine die rond draaide, dus dan was het product klaar. Een soort slang zat er aan met een steen eraan en er zat een soort elastiekje om, want er mocht geen lucht bij komen, anders gingen de flessen knallen.”