Van Grieken Een interview met dhr A.W. Bol

” Het was beulenwerk, maar het was gezellig. We stonden op elkaars lip, want je had bijna geen ruimte. We moesten weg aan de Loosduinseweg vanwege geluidsoverlast. Dag en nacht die herrie! Al die grote tankwagens en vrachtwagens moesten er in en uit. Dan moest het verkeer stoppen. Daar kregen we protesten tegen. Op het binnenterrein werd geladen en gelost en aan de buitenkant werden de flessen op de auto geladen”.

Bouwmaterialenhandel Verhulst Arie Abspoel, een man met een ‘ongeblust’ verleden

“Op diverse punten in Den Haag stonden die ploegen te wachten op werk en dan hoorden ze dat er een schip met steen binnenkwam. Nou dan ging er ’s morgens een losploeg van de stad hier naar toe lopen. Allemaal lopend. En die begonnen dan op het schip het gat te breken. Dat noemen ze ‘gat breken’ – als het schip geladen is, ga je het gat breken. Als je nou de laadruimte hebt, dan liet de schipper hier een gat breken en daar hadden die lossers een hekel aan. Dan moesten ze bukken, moesten ze naar beneden werken. Stapje voor stapje pakten ze zes stenen en die gaven ze over op de kade. Allemaal handmatig!”

Van Heijst radiatorenfabriek, een melkwijk van de Sierkan

“D’r liep de hele dag een persoon langs, die liep de hele dag te schrijven. Ik was drie maanden in dienst bij Van Heijst en ik laste 14½ meter en dan had je een vast salaris en als je dan meer kon lassen dan kreeg je een kwartje voor iedere meter die je meer laste. Dus wat ging ik doen. Ik ging proberen meer te lassen natuurlijk. Dan had ik wel eens dat ik 4 à 5 gulden extra in mijn loonzakje had. Wat gebeurde er nou? Dan liep er de hele dag zo’n tijdschrijver heen en weer en die noteerde alles. Toen op een gegeven moment moest ik op het matje komen bij de directie. Toen werd me gezegd dat ik meer meters moest gaan lassen want het was bewezen dat ik dat wel kon. Toen kreeg ik het niet meer uitbetaald”.

Dhr Den Oudsten, chauffeur bij Van Grieken

“… Van Grieken vroeg chauffeurs.
De eerste afspraak was raak.
“Van Grieken zegt tegen mij, wat heb je allemaal gedaan? Ik zei, ik heb boerenmelk opgehaald, ik heb in de fabriek gewerkt, ik heb de filialen bezorgd, ik heb melkboeren bezorgd…
Van Grieken: ” We zijn al uitgepraat, morgenochtend om 10 uur ken je beginnen.”
” ik begon elke nacht om 3 uur… tot zaterdag ’s avonds 7 uur, 14 uur en dan was ik zondag helemaal wezenloos natuurlijk”.

Dhr Van Egmond, Van Grieken

“Je moest wel de vlugste zijn anders stond je in de rij te wachten met inladen. Op de voorkant stonden 600 kratten en op de aanhanger vijf aan de buitenkant en de binnenkant zes hoog. Dan kom je op 350 kratten, die waren er af voor twaalven, want dan moest je ook in die fabriek zijn. Veel chauffeurs hadden een nachtwijk en overdag een wijk. Een doorsneechauffeur bij van Grieken ging elf uur ’s avonds weg en dan kwam hij normaal om acht uur terug. Dan ging hij koffiedrinken en om negen uur ging hij die dagwijk doen en daar was hij mee klaar, als het een beetje vlugge chauffeur was, om drie uur. Daarna ging hij slapen en kwam hij weer om elf uur terug. Die mensen hebben natuurlijk heel wat verdiend en die hadden zo’n grote portemonnee met die Erasmusjes, daar moest je echt opzitten om hem dicht te krijgen”.

Dhr Heijdra, oud-directeur De firma Heijdra (Laakhaven)

“Kraan 1 die loste door de jaren heen kolen ten behoeve van de energiecentrale die werden dan met zolderschuiten, nee het waren een soort bakken. Die waren een meter of 25 lang, een meter of drieënhalf breed en die hadden een hele geringe diepgang, want ze moesten natuurlijk vanuit de Laakhaven door al die grachtjes heen naar de Constant Rebecquestraat. Die kolen kwamen uit Engeland vandaan in de volksmond heette dat bries. Dat waren hele fijne kolen”.

Mevrouw Nel Visser, De Sierkan

“Ik ben in 1946 bij die harmonie terechtgekomen. Ze hebben gewoon gezegd je moet maar gaan leren en dat is gebeurd en ik doe het nog, speel klarinet, die was behoorlijk groot. Wij gingen elk jaar naar een bedrijf in Nederland, heel veel jaren hebben we dat gedaan; van harmonie naar harmonie, allemaal bedrijfsorkesten, Calvé had er een, Stork had er een, Bendien, Swift, de Arnhemse tramwegen, de Zaanstreek er waren er een heleboel. Om beurten moesten ze dat organiseren. De Sierkan heeft dat georganiseerd in 1954, altijd op hemelvaartsdag, want dat was de enige dag dat de Sierkanmensen vrij waren. Bij elk jubileum waren wij op straat. Als je de boekjes leest hoeveel jubilarissen er waren. Dat gebeurde allemaal om etenstijd…. en oefenen anders kreeg je weer een standje van de dirigent van gooi dat ding dan onder de tram als je niet studeert, want zo ging dat vroeger. Dan liep je soms huilend weg”.