Haagvaarder 110 (hoofdartikel)

Post aan het spoor

Van Districtspostkantoor naar kantoorlocatie

PTT stationspostgebouw, Waldorpstraat, 1955

De omgeving van station Hollands Spoor, aan de Laakhaven zijde, staat de laatste tijd in de warme belangstelling van ontwikkelaars. Het voormalige Stationspostkantoor aan de Waldorpstraat is onderdeel van de grootse plannen voor het gebied. Een oude bekende, PostNL, keert terug in het gebouw.

Stationspostkantoor

De PTT zocht rond 1918 al naar een oplossing voor het nijpend ruimtegebrek in het hoofdpostkantoor aan de Prinsestraat. Het transport ging in die periode steeds meer met de  trein en de behoefte groeide aan een directe aansluiting met het spoor vanaf het postverzamelpunt. In 1935 besloot de PTT daarom tot een spoorwegpoststation aan de Waldorpstraat. De locatie bood de mogelijkheid de twee verkeersstromen, spoor en straat, goed te scheiden. De eigenaardige vorm van de bouwkavel leidde tot een gebouw met een T-vormige plattegrond met twee vleugels, het districtspostkantoor aan de Rijswijkseweg en het expeditie- en sorteergedeelte aan de Waldorpstraat.

G.C. Bremer

Postgebouwen werden ontworpen door de Rijksbouwmeesters, in dit geval G.C. Bremer (1880-1949). Dit Stationspostkantoor is zijn laatst opgeleverde (1949) ontwerp. Hij werd bijgestaan door het constructiebureau o.l.v. dr.ir. J. Emmen en H.J.J. Engel. Door de vrijstaande ligging kon Bremer geheel naar eigen inzicht ontwerpen. Dit werk wordt wel gezien als een stijlomslag in zijn oeuvre, mede omdat hij geen rekening hoefde te houden met de aanwezige bebouwing, zoals elders vaak wel het geval was. Het complex werd in de ontstaanstijd als icoon van moderniteit gezien aan de rand van stadscentrum.

De kantoorvleugel telde acht verdiepingen en meet 84 m lang en is 8 m breed en had een postbijkantoor voor het publiek. De postsorteervleugel is 90 m lang en 30 m diep en had vier hoofdverdiepingen van elk zeven meter hoog. Aan de voor- en achterzijde waren tussenverdiepingen voor kantoorfuncties.

Het hoogste punt van het gebouw steekt 45 m boven de Rijswijkseweg uit. Het geheel staat niet op palen, maar op een betonplaat van 100 tot 130 cm dik, op een zogenaamde grondverbetering, waarvoor 4.000 m³ zand werd ingebracht. De prefabriceerde betonkolommen op de verdiepingen zorgden voor een hoog draagvermogen. Ook in de verdere afwerking kwam het zware en intensieve gebruik naar voren. Zo kregen de vloeren zwarte asfalttegels, die bestand moesten zijn tegen het intensieve gebruik door karren. De gevels kregen een bijzondere uitstraling met geëmailleerde tegels, glasstenen, stalen ramen en een brede koperen kroonlijst.

In februari 1940 startte de bouw, die vervolgens in 1942 stil kwam te liggen en in mei 1945 werd hervat. Op 2 december 1949 was het gebouw gereed. Na een aantal jaren proefdraaien vond op 21 november 1953 de officiële opening plaats. Het gebouw vormde volgens de Haagsche Courant van die dag het “teken van onze moderne tijd” waar “de papierlawine mechanisch werd verwerkt”.

Postfabriek

In die periode speelde de hoge arbeidskosten van de post, die lagen ongeveer op tweederde van de totale lasten van het postbedrijf. Gevolg was dat de PTT op zoek ging naar arbeidsbesparing. In de jaren 30 was de mechanisering al ingezet, maar nog kostbaar. De nieuwe grote sorteerapparatuur kon niet zo maar in oude gebouwen geplaatst worden, maar wel in nieuwe hiervoor ontworpen complexen. Het nieuwe Stationspostkantoor was vrij in te delen en in te richten met transportbanden, spiraalgoten, steil oplopend, maar ook horizontale transportbanden voor de post. Het was een zeer gecompliceerd transportsysteem waarbij meteen bij binnenkomst een schifting in diverse richtingen plaats vond. Een elevator bracht de binnengekomen postzakken naar de zevende etage, daar werden deze uitgestort en begon het sorteerproces. Volgens de Katholieke Illustratie uit 1953 was dit het modernste postsorteerproces van de wereld.

De totale sorteercapaciteit was 120.000 poststukken per uur! Er konden 650.000 poststukken per dag verwerkt worden. Vier Transormasorteermachines, bediend door 20 man, zorgden voor de mechanische sortering. Per machine konden 3.000 brieven per uur over 400 vakken worden gesorteerd. Ondanks dit volume waren er toch altijd nog 100 postbeambten nodig voor de handsortering bij 78 sorteerkasten.

Koos Havelaar

Bronnen:

  • Postkantoor ’s-Gravenhage, Den Haag 1953
  • J.P.G. van Holthoon, e.a., “Het hoofdpostkantoor te ’s-Gravenhage”, De Ingenieur, 1955, nr.41.
  • R. Visser-Zaccagnini, G.C. Bremer 1880-1949, Rijksbouwmeester, Rotterdam 2007
  • Monumentenregister gemeente Den Haag