Hier treft u de laatst verschenen editie aan van de Haagvaarder. De Haagvaarder verschijnt vier keer per jaar in februari, mei, augustus en november.
U kunt een gratis proefexemplaar van de Haagvaarder aanvragen door een email te sturen met uw naam en adres aan info@shie.nl.

Haagvaarder 114 (hoofdartikel)

Haagse azijn van ‘De Vos en De Oranjeappel’

Reclame voor azijnfabriek De Vos & Oranjeappel, Kortenbos

Azijn, te vinden in elk huishouden, is eeuwenlang voornamelijk een bijproduct geweest van bierbrouwerijen. Waarbij het soms een aparte bedrijfstak van een brouwerij werd. Zo ook in Den Haag waar Brouwerij De Drie Kruisen aan de Prinsengracht al vroeg in de negentiende eeuw een aparte azijnmakerij had. Eerst onder de naam De Maarschalksstaf, en later als De Ooijevaar, gaat deze azijnmakerij in 1911 mét de brouwerij ten onder. Maar in de negentiende eeuw komen er al meerdere kleine azijnmakerijen in de stad, los van een brouwerij.

Azijnmakerij De Vos

In maart 1882 vraagt H.B. van den Dool de gemeente toestemming om op het Hoge Zand 38 een azijnmakerij te vestigen. Hermanus Baptist van den Dool (1833-1908), van Joodse komaf, werkte daarbij samen met Johannes Frederik Vos die al een slijterij op het Hogezand 45 had. De azijnmakerij werd dan ook ‘De Vos’ genoemd, ging in juni 1882 open en al snel wordt naast “zuivere azijn” ook ‘rozijn-azijn’ geleverd. In 1887 overlijdt Vos; daarna zetten eerst zijn vrouw en daarna zijn dochter de slijterij voort. In 1888 levert de azijnfabriek al rozijn-, wijn-, bier- en sprietazijn. Deze laatste is zeer sterke azijn. De samenwerking met de familie Vos wordt in deze jaren zo mogelijk nog intensiever.
Eind 1895 werd – met enkele andere panden – Hoge Zand 38 gesloopt en vervangen door het altijd nog bestaande sociëteitsgebouw Concordia. De azijnmakerij verhuisde naar het Hoge Zand 35.  Dan overlijdt in 1908 Van den Dool zelf. Hierna wordt de zaak nog enige jaren voortgezet door zijn nichtje Neeltje, dochter van zijn broer Hendrik die in Rotterdam een Azijnmakerij heeft. Ook Johan Hendrik Heuvelink, schoonzoon van wijlen J.F. Vos, werkt dan in het bedrijf. In 1913 wordt ‘De Vos’ samengevoegd met azijnfabriek ‘De Oranjeappel’ aan het Kortenbos.

Azijnfabriek De Oranjeappel

Op 18 september 1893 opent Johannes Pieter Commelin (1838-1920), eigenaar van een azijnfabriek in Utrecht, zijn Haagse azijnfabriek  De Oranjeappel aan de Warmoezierstraat 2a, vlak bij de hoek van het Westeinde.
Al in januari 1894 gaat Commelin samenwerken met Dirk Harting Izaakszoon, eveneens azijnfabrikant in Utrecht, en Frederik Nicolaas Huffstadt. Het pand aan de Warmoezierstraat is al snel te klein en zo begint in juli 1894 de firma aan de bouw van haar nieuwe pand op het terrein achter Kortenbos nr. 50.
In 1895 gaat Huffstadt alleen verder met de exploitatie, maar verkoopt al in 1898 het bedrijf aan C. Mulder. Mulder verkoopt nog datzelfde jaar het bedrijf door aan Gijsbert Dirk van Wijk (1862-1937), eigenaar van een azijnfabriek in Meppel, die wel langere tijd eigenaar blijft.

Vereenigde Azijnfabrieken De Vos en De Oranjeappel

Ook na de samenvoeging blijft het bedrijf kleinschalig; in 1915 werken er twee personen en is er één elektromotor. In 1920/21 kocht Harry van der Veen (1893-1952), een scheikundig ingenieur, de fabriek. Er wordt dan ook mosterd gemalen. Vanaf circa 1935 wordt in advertenties van De Vos en De Oranjeappel ook de NV Edik genoemd, een samenwerking met de NV Noordelijke Rozijn-azijn en Snel-azijnfabrieken Edik. Eind jaren 30 is R. Smit de eigenaar. De azijnfabriek overleeft de oorlog maar stopt stilletjes begin jaren 50. Het pand verdwijnt bij de sanering van het Kortenbos eind jaren 60.

Tenslotte

Naast De Vos en De Oranjeappel waren er meer azijnfabrieken in de stad zoals aan de Schedeldoekshaven, Teijlerstraat, Veenkade en in de Scheveningse Vijzelstraat.
Het is niet simpel de geschiedenis van dergelijke kleine, lang geleden verdwenen bedrijven te achterhalen. Maar dat mag geen reden zijn hen te vergeten. Hoe klein ook, tezamen boden zij velen werkgelegenheid en gaven kleur aan die wijken in de stad waar wonen en werken nog goed samengingen.

Hans Klomp

 

Azijn – hoe wordt het gemaakt

Als wijn langdurig aan de open lucht wordt blootgesteld, is de kans groot dat de wijn natuurazijn wordt. In de lucht bevinden zich immers azijnzuur-bacteriën die dat veroorzaken. Maar lang wist men niet hoe en waarom dit zo verliep. In 1861 bracht Louis Pasteur duidelijkheid met de ontdekking van de azijnzuur-bacterie; een micro-organisme dat alcohol opneemt uit wijn en omzet in azijnzuur. Deze ontdekking maakte het mogelijk efficiënter en grootschaliger te produceren. Hierop ontstonden in vele steden azijnfabriekjes, zoals ook in Den Haag. Vanaf 1960 werd azijn op grootschalige industriële wijze vervaardigd met de Monsanto-methode, zo genoemd naar een Amerikaans chemisch concern. Deze wijze van bereiden is sinds 1996 verder ontwikkeld met de Cativa-methode. Hiermee wordt synthetische azijn geproduceerd. Maar ook nu wordt er in Nederland nog natuurazijn vervaardigd, zij het in een volcontinu grootschaliger proces. Met toevoeging van kruiden of fruit zijn vele smaken te bereiken.