Echo’s van de werkvloer
H.P. Verseveldt, Felix Kattenbrood
Door een vraag vanuit de firma die tegenwoordig Felix Kattenbrood verkoopt, herontdekten we weer een interview uit 1991 met de heer H.P. Verseveldt. Hij was de zoon van de oprichter van de Haagse fabriek van Felix Kattenbrood en Bonzo hondenbrokken. Het interview werd gehouden in het kader van het grote onderzoek dat we toen deden naar de Laakhaven en dat uitmondde in 1991 in de gemeentelijke VOM-publicatie: De Laakhaven Een beeld van een Haags industrielandschap. De Felixfabriek bevond zich in de 3de van der Kunstraat. Inmiddels verwerken we recente interviews altijd tot een Echo van de Werkvloer, maar dat is bij dit oude interview nog niet gebeurd. Gelukkig is de uitgeschreven tekst bewaard en kan daar alsnog een echo van de werkvloer van worden gemaakt. Het volgende verhaal is daar het resultaat van. Een groot deel van het interview verliep aan de hand van een fotoalbum met foto’s van het bedrijf uit de jaren 20 en 50, vlak voordat het bedrijf verhuisde naar Etten Leur.
“Het verhaal is dat hij een winkel had in dierenbenodigdheden (opgericht in 1926) en hij kreeg klachten dat er te veel stof zat in het hondenbrood dat toen verkocht werd. Er was toen nog geen kattenvoer. Dus hij zeefde het uit en had toen tien zakken van dat kleine spul staan en dat probeerde hij als kippenvoer te verkopen. Dat wilde niemand hebben en toen heeft hij daar wat vlees doorheen gemengd en toen was het kattenbrood. Er kwam binnen korte tijd zoveel vraag naar, dat hij de winkel weggedaan heeft en hij is toen in een poortje aan de Rijswijkseweg in een pakhuis van 6 bij 6 m. begonnen met het produceren van kattenbrokjes.”
Was het nou echt een Nederlandse vinding?
“Ja! Internationaal was er nog niets op dat gebied. Er was geen kattenvoer wel hondenvoer; gebakken brood, van die grote brokken. Ja en dat was goed voor honden, maar voor katten was dat niets.
Toen had hij vanwege dat stof met bijmenging van wat vlees en wat vis Verseveldt’s kattenbrood. Maar, dat is geen naam Verseveldt’s kattenbrood en toen kwam er iemand in de winkel en die zei – Hij had zo’n kat met een hoge staart op de toonbank staan – en die zei: ‘hé dat is Felix the cat’. Mijn vader schonk daar geen aandacht aan. Toen een paar maanden later kwam er iemand in de winkel en die zei mag ik twintig pakjes Verseveldt’s kattenbrood hebben. Mijn vader vroeg toen: heeft u zoveel katten? Nee – was het antwoord – ik kom uit Voorschoten en ik heb gehoord dat u iets bijzonders hebt voor de kat en de hele straat heeft gevraagd of ik een pakje mee wil brengen. En toen dacht hij, hé er schijnt een markt in te zitten. Zo is hij verder gegaan. En toen moest hij een merk hebben en toen zei hij tegen de winkeljuffrouw weet je waar die Engel se dame woont? Ja die woont daar aan de overkant. Dus hij er heen gestapt – ‘s ochtends om tien uur – en toen stond de dame bovenaan de trap in negligé, zo is het verhaal. Mijn vader zei toen hoe heet de kat: ‘FELIX’, moest ze dat spellen F E L I X en toen heeft hii dat meteen maar wereldwijd gedeponeerd. Mijn vader was gereformeerd en hij kwam nooit in een bioscoop, maar in de bioscoop draaide toen tekenfilmpjes van Felix the Cat en daar kende die mevrouw hem van. Dat hoef je tegenwoordig natuurlijk niet meer te proberen. want dat wordt meteen internationaal beschermd. Maar vroeger was dat zo. Dat was het begin!”
Was het in het begin eenmanszaak?
“ja, maar in dat poortje van 6 x 6 heeft hij maar heel kort gezeten, misschien drie jaar. In 1932 is die fabriek dus gebouwd door van Heijningen… heeft ook de Valkenboskerk gebouwd. Een architect uit Den Haag. Het kantoor was aan de straatzijde op de beneden verdieping.
In het kattenbrood gingen ook kaantjes, de vetsmelterij: kaantjes, die werden zelf gesmolten daar en tot koeken geperst en die koeken werden dan weer gebroken en dat was dan het vlees dat in het kattenbrood zat. Dat dus bestond uit brokjes brood en brokjes van die kanen of vis. De kleine stukjes die overbleven gingen weer terug het productieproces in en werden gerecirculeerd.”
Die brokjes werden samengeperst?
“Nee toen nog niet, Ios naast elkaar. Dat samenpersen is een uitvinding van vlak na de oorlog. Tot 1942 heeft de fabriek min of meer gedraaid en toen ja wat daar in ging konden de mensen zelf allemaal opeten, dus er kwam niets meer. Toen heeft hij nog Turco verpakt op die verpakkingsmachines, dat was een zeeppoeder. Dat verpakte hij voor een ander en verder lag de fabriek dus stil.”
“Het kattenbrood ging toen nog allemaal in zakjes, die werden op een machine opgeblazen. Ik kan me het nog herinneren, dat heb ik ook nog gedaan – en dan werden ze gevuld. Zakjes werden omgevouwen en dan ging er een nietje er door — daarna in kartonnen dozen, die ook zelf in elkaar werden geniet. De dozen werden pas na de oorlog geïntroduceerd. Op tafels op schragen werd er verpakt. Er zaten zegeltjes (punten) op de zakken en voor tien, twintig, dertig kon je voor diverse geschenken sparen: schalen, manden, kattenbak, borstel, busje en tot slot een zilveren lepeltje.
De verpakkingslijn stond aan de overkant in het voormalige pand van DES {Door Eenheid Sterk – een coöperatie grossierderij]. Later ging het verpakken volledig automatisch. De machine uit 1955 waren rond 1965 nog in gebruik.
Die persen, mijn vader die had een probleem dat die katten aten de stukjes vlees op – die kaantjes – en dat brood lieten ze liggen. Maar ze hebben wel allebei nodig, dus hij kreeg ontzettend veel klachten. Dan zeiden ze: ‘ja dat spul van jou is wel aardig maar ik moet de helft weggooien, want dat eten die beesten niet op’. Toen is hij gaan denken dan moet ik het door elkaar mengen, persen en daar een brokje van maken en … toen vervolgt het verhaal — dat hij in de kerk zat en de preek niet interessant vond en dacht als ik nou eens zus of zo probeer. Toen is hij dat de maandagmorgen meteen gaan doen en toen lukte het wel om een mooi brokje te maken. Daar is hij na de oorlog meteen mee begonnen. In 1948 kwamen er weer grondstoffen. De productie heeft zes jaar stil gelegen.
Na de oorlog kwamen er 6 of 8 persen. Het oud brood in zakken kwam van Hus vandaan. Oud brood werd gedroogd en dan was het een van de ingrediënten voor het mengsel van kaantjes, vitaminenmengsels, mineralen en dat soort zaken. Dat was eigenlijk het enige kattenvoer wat we in Nederland hadden. We hadden 98% van de Nederlandse markt en dat is jarenlang zo gebleven.”
Was er ook al hondenvoer in het begin?
“Ja een jaar of vier vijf later Bonzo. Er waren Engelse prentbriefkaarten en in Engeland was een Buldog en die heette Bonzo daar werden allerlei grapjes mee gemaakt. Die hond werd dus overgenomen, een beetje nagetekend. Dat heeft Paul van Vliet senior gedaan, die zat bij mijn vader in de klas op de HBS en die hebben levenslang contact gehouden.”
Dat beeldmerk van Bonzo wordt dat nog gebruikt?
“Nee, dat is in de vijftiger jaren losgelaten.”
De naam op zich nog wel?
“Ja, Felix en Bonzo zijn belangrijke merken natuurlijk.”
Toen bent u directeur geworden?
“Ja, in 1955 zat ik in Amerika waar ik een jaar zou blijven. Toen werd een bedrijfsleider ziek een zekere Willem van Wanrooy. Hij kreeg TBC – dat was in die jaren een kwalijke ziekte dan moest je een jaar rusten of zoiets. Ik had in de fabriek gewerkt, dus ik wist er wat van. Dus zodoende kwam ik toen in het bedrijf en werd in 1967 directeur.”
U vertelde dat kattenbrood bij levensmiddelen werd ondergebracht?
“Mijn vader had een dierenspeciaalzaak en deed die aan de kant en ging dus aan zijn collega’s dierenspeciaalzaken Felix-kattenbrood aanbieden en die zeiden allemaal ‘kom we gaan een beetje van een collega van ons kopen’. Hij vond daar dus helemaal geen gehoor. Wat moet ik nou doen? Hij dacht toen bij zichzelf de kat is een onderdeel van het gezin en het gezin koopt zijn levensmiddelen bij de kruidenier, dus ik moet Felix-kattenbrood bij de kruidenier brengen. Toen heeft hij van de nood, omdat zijn collega’s het niet wilden, een deugd gemaakt en is naar de kruidenier gegaan en met succes uiteindelijk. Het heeft moeite gekost om de mensen te overtuigen, dat ze iets voor de kat moesten kopen bij de kruidenier. Dat was eigenlijk, behalve dat hij een goed merkartikel heeft gebracht, was dat zijn uitvinding om voor de oorlog al bij de kruidenier kattenbrood te verkopen. Uiteraard werd het ook wel bij dierenspeciaalzaak verkocht.- met tegenzin, ca.90 % ging via de kruidenier en de rest via de dierenspeciaalzaak. Dat is vandaag de dag nog zo.
Tot slot kunt u nog iets vertellen over de reclame, die viel erg op?
“Voor de oorlog was er de Radioreclame. Dat bleek slechts reclame in de radiobodes van de diverse omroepen (AVRO, KRO. NCRV, VARA) met een oplage van 50.000 exemplaren. In een serie van zes weken werd om de week een reclame van de sprekende Felixkat voor een microfoon geplaatst.
Ook was er het beroemde gedicht van Clinge Doorenbos dat begon met: “Kees de kat en Kee de kater woonden in dezelfde straat… Dit werd in een in een klein boekje uitgebracht. Er zijn nu nog oude mensen die het hele verhaal kunnen opzeggen. Dat was een reclame van mijn vader.
In 1931 bedacht hij een reclameprijsvraag, een rebus met een hoofdprijs van ƒ 1.000,-.
We kregen ook veel fanmail; allerhande foto’s van katten van kopers van Felix-kattenbrood in typische situaties. Eigenlijk de voorloper van de huidige kattenfilmpjes op youtube.
Mijn vader was een fervent deelnemer aan bloemencorso’s, dat kwam ook omdat hij in het AHC [Algemeen Haags Comité] zat. Een van de hot items was dan een bloemencorso. Misschien al voor de oorlog, maar in ieder geval een groot aantal jaren na de oorlog. Je had die koppen en daar zaten mensen in en die liepen dan rond en die gingen er dan op die auto zitten: honden- en kattenkoppen.
We gaven altijd gratis voer aan de blindengeleide hondenschool in Amsterdam. Die hebben toen als dank aan Madurodam de blindengeleidehondenschool daar gekregen en daar staat een autootje voor de deur met Bonzo erop. Nooit betaald, dat hebben zij betaald, want zij vonden het zo leuk dat wij altijd gratis voer voor die honden gaven. Een keer per jaar mochten blinden in Madurodam komen op een speciale dag dan waren ze er alleen en dan mochten ze voelen. Vandaar die school daar.
Mijn vader sponsorde ook wielerclubjes. Hij heeft er ooit voor gezorgd dat de start van de Tour de France in Scheveningen geweest is, dat heeft hij gefinancierd. Hij had zich laten vertellen, dat je daar geld aan kon verdienen. We hebben daar ƒ150.000,- aan verloren, dat weet ik wel.”
Uiteindelijk is het bedrijf uit Den Haag vertrokken, kunt u daar iets over zeggen?
“In Den Haag waren we eruit gegroeid aan weerskanten van de straat en dat was echt veel te klein. Toen was er een heel nieuw industrieterrein in Etten Leur beschikbaar. Het voordeel van Etten Leur toen was dat er een enorme subsidies werden gegeven. Het was een ontwikkelingsplaats met in de vijftiger jaren 12.000 mensen en dat is gegroeid naar 30.000 tot 32.000 en daar was grote werkloosheid en wij konden vrij moeilijk toen aan mensen komen in Den Haag. En met de subsidieregeling en de ruime aanwezigheid van personeel zijn we daar naar toe gegaan in januari 1960.
Na 1960 was er een groei tussen de 10 á 20 % per jaar. De markt groeide van heel klein naar groter. De omzet in 1972 bereikte de 30 miljoen. Toen waren er negen Amerikaanse en Engelse bedrijven, grote multinationals, die wilden allemaal het bedrijf kopen. Die gingen allemaal beginnen met honden- en kattenvoer in Europa. Dat waren allemaal giganten. Wii waren toen maar heel klein met onze 30 miljoen. Toen heb ik tegen mijn managers gezegd wat doen we nou? Gaan we tegen die grote jongens knokken of zeggen we sluiten ons maar aan bij een van die grote mannen? Toen hebben we ons aan aangesloten bij een van die grote mannen. Zoals gebruikelijk verdwijnt de oude eigenaar na een paar jaar. Ik was toen directeur. Ik had het bedrijf in zekere zin overgenomen van mijn vader.”
Daarmee lijkt de geschiedenis van Felix Kattenbrood uit Den Haag te stoppen, maar die liep nog jaren door in Etten Leur. Het bedrijf werd in 1972 verkocht, maar de merken Felix en Bonzo worden nog steeds gevoerd voor katten- en hondenvoer. Het bedrijf is tegenwoordig onderdeel van Purina dierenvoeding, een onderdeel van de multinational Nestlé.




































