Echo’s van de werkvloer
F.K.N. Barends jr., drukkerij Levisson
De rubriek Bedrijven Toen en Nu op de SHIE-website levert regelmatig reacties op van mensen die betrokken zijn bij een bedrijf of die meer weten van de geschiedenis van een specifiek bedrijf. Zo ook de heer F.K.N. Barends jr., die in februari 2026 onderstaande aanvulling schreef op het item over de drukkerij Levisson. Zijn vader werkte van ca. 1932 tot 1972 bij de drukkerij. Hij was vooral betrokken bij de ontwikkeling van de zeefdrukafdeling.
“Het was Levie Levisson (Den Haag 1878-1948) die in 1902 een boekdrukkerijtje oprichtte in Den Haag, vanaf 1906 in de Hofwijckstraat 9-13. Levie werd ook directeur (1913-1940) van de Ned. Rotogravure Mij. in Leiden. Hij haalde vanuit Engeland de silck-screen op, een Japanse techniek die industrieel gepatenteerd werd in Manchester rond 1907”.
Net voor 1930 werd de zeefdrukafdeling toegevoegd aan het bedrijf. Mijn vader geboren in 1914, deed de timmermansopleiding aan de Nieuwe Haven in Den Haag, werkte kort bij een matrassenbouwer en ging toen naar Levisson. Zo rond 1932 en werkte er tot rond 1972”.
“Als jochie was de boekdrukafdeling op de begane grond vééél interessanter dan de zeefdruk op de eerste etagewaar mijn vader werkte. Beneden stond achter enkele rubberen klapgordijnen tegen de herrie een enorme Duitse witte rotatiepers van het merk Roland. Vooral de inlegsystemen voor het papier waren voor een kind fascinerend. Een ander heftig punt van bezoek was de opname-camera, waarin fotovormen werden gemaakt. Ik denk dat de vormen die er werden gemaakt voor zeefdruk op een Kodak – rolfilm (grote gele dozen 20 x 20 x 100 cm). Die film had een drager, die met de drager naar boven met een strijkijzer op het doek werd overgezet. Drager eraf, dan had je open en gesloten mazen. Die horizontale opnamecamera was zo groot, dat ik als kind opgetild werd en erin mocht staan. Levisson had dus ook een grote afdeling waar ontwerpen en fotovormen e.d. werden gemaakt”.
“Intussen werd het bedrijf allang geleid door de zoon van Levie L: Robert A. (Bob) Levisson. Hij was niet de enige die inkomen aan het bedrijf ontleende. Bob had een broer Karel, mijn vader kende hem, maar Karel had mijns inziens niets met het bedrijf te maken. Dan was er een broer Benno, die veelvuldig aanwezig was. En er was een heer Hurts, een aardige man, trouwens dat waren de Levisson’ s ook, getrouwd met een zuster van Bob en Benno.
Intussen was de familie Levisson, met name Bob, een stuwende kracht achter de Liberaal Joodse Gemeente Den Haag, maar ook daarbuiten, het CIDI, etc. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: “het kon niet anders dan fout gaan, ze waren altijd met teveel andere zaken bezig”. Overigens heeft men bij de fusie met Marchand Paap Stroker mijn vader niet in de kou laten staan”.
De Zeefdrukkerij
“De zeefdrukkerij heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt, met name afhankelijk van papiersoorten, inktsoorten, droogtijden, e.d. De allereerste zeefdrukken uit de dertiger jaren werden uitgevoerd met dikke lagen dekkende inkt. Bij zeefdruk zijn de drukgangen het probleem: meer-kleuren-druk krijgt of kreeg te maken met passingsproblemen. Vochtig papier zet uit, moet drogen. Dus de zeefdrukkerij in de tijd van mijn vader werd meer en meer “geconditioneerd”. Tegelijkertijd werden inkten sneller drogend. Ook dunner en transparanter, waardoor er vele lagen over elkaar heen konden worden gezet. Uiteindelijk wist mijn vader kopieën van olieverfschilderijen in zeefdruk uit te laten voeren. Er hing er één thuis: “Gezicht op een bocht in de Rijn”, nu in een archief in Den Haag.
De zeefdrukkerij bestond in mijn herinnering uit in drie type machines: in principe geheel handwerk, want werk werd op alle drukmaten uitgevoerd, van minuscuul tot giga. Daarnaast waren er halfautomaten in gebruik, een soort Degel – boekdrukmachine, maar dan met een zeefdruk-raam, inleg en uitname met de hand. Daarnaast machinerekken om de drukken gescheiden te laten drogen, later klaprekken. Het merk was Schots, McCormick, de kleur was groenig. Mijn vader zorgde ervoor dat enkele van deze machines op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag terecht kwamen. Dan waren er ook een of twee volautomaten. Ik weet niet of die meerdere drukgangen uitvoerden, maar ik denk het niet. De inkten waren nog te langzaam drogend. Uiteindelijk kwam alles met zeefdruk uit de drukkerij: T-Shirts, limo-flesjes, potjes”.
Kunstenaars
“Kunstenaars gebruiken de zeefdruk natuurlijk vaak: veel mogelijkheden, veel expressie. De Levisson – contacten met kunstenaars liepen meestal via privé-kontakten. Via de Levisson’ s, maar vele van hen kwamen ook bij ons thuis overleggen. Namen van kunstige zeefdrukdrukkerijen uit die tijd: o.a. Fons van der Meer (Den Haag), Anton Hendriks (Eindhoven).
Kunstenaars vrienden en kennissen van mijn vader, die ook wel in zeefdruk uitvoerden: Piet Otterspoor, Gijs Winkelman, Struijken, Houck?, Karel Links, Corneille en vele anderen.
Een interessante tijd: men had geen cent te makken, je hielp alles zoveel mogelijk, kostte geen geld. Je werd geleerd te genieten met weinig geld. Wie dat heeft meegemaakt, weet dat genieten niets met geld te maken heeft”.














