Historisch overzicht

Beginjaren

1888 J.F. (Koos) Wubben (1866-1947) afkomstig van Schipluiden verhuist naar Den Haag en vestigt zich als melkhandelaar in de Pastoorswarande 21.

1889 Koos trouwt met Petronella (Pietje) Haring, eveneens uit Schipluiden. Hij beseft al spoedig dat een groothandel in eieren winstgevend moet zijn en dat hij daarmede zijn “inkomen” mede gezien zijn snel groeiend gezin op een wat beter peil zou kunnen brengen. Hij laat regelmatig manden met eieren naar Den Haag komen en brengt die, na overpakking in een armmand, lopend naar zijn afnemers.

1903 De zoon van Koos, W.H.(Wim) Wubben (1891-1973), komt op twaalfjarige leeftijd in de zaak en gaat zich op de verkoop van de eieren toeleggen. Zijn vader verdient ook bij met het houden van varkens in een stal waar nu het begin van de Constant Rebecquestraat is, en vanaf ongeveer 1910 aan de Korte Kleiweg in Rijswijk. Zijn moeder staat in de melkhandel. De eieren worden geïmporteerd uit Polen, Rusland en Hongarije en in strenge winters uit Frankrijk en Italië. Alleen in het voorjaar produceert men in Nederland zelf voldoende eieren die de firma Wubben via een tussenpersoon koopt op de markten van Tiel, Geldermalsen en Culemborg. Er worden in het begin van de vorige eeuw ongeveer 10.000 eieren per week verkocht, de winstmarge bedraagt f 0.20 per 100 stuks. De schade aan kneuzen, lege doppen en tekorten moest hier dan nog van af.

Eerste Wereldoorlog

1914 Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog worden eieren een schaars product. De import ligt stil en de meeste Hollandse eieren gaan nar Duitsland. Wim Wubben betrekt de eieren van de markt in Gouda en uit Zeeland, waar de export naar België ook stil ligt. Tegen het einde van de oorlog zijn er nauwelijks meer eieren te krijgen.

1916 Wegens de mobilisatie wordt Wim Wubben, alhoewel hij voor de militaire dienstplicht is uitgeloot, toch opgeroepen. Zijn broer Joop, J.J. Wubben (1895-1980), die vanaf zijn twaalfde jaar in een slagerij gewerkt heeft, komt daarom thuis in de eierzaak werken.

1917 De firma verhuist in mei naar het adres Pastoorswarande 25.

1919 Na het einde van de Eerste Wereldoorlog blijft Wim Wubben nog een klein jaar onder de wapenen. Na zijn demobilisatie besluit hij als de eiermarkt weer aantrekt, de grossierderij in eieren samen met zijn broer Joop voort te zetten als de firma Gebroeders Wubben. Wim gaat de inkoop doen o.a. door zelf de eiermarkten zoals in Breda en Roermond te bezoeken en Joop wijdt zich aan de verkoop. Ook schaffen zij voor het eerst een paard en wagen aan waarmee Joop de bestellingen gaat afleveren.

Welvaartsjaren 1920

De jaren 1920 zijn voor de Nederlandse land- en tuinbouw, alsmede voor de kippenfokkerij zeer gunstig. Ook de firma Gebr. Wubben deelt in de welvaart. De omzetten stijgen zeer. De expeditie wordt uitgebreid tot drie paarden en twee wagens. In 1914 al kon de eerste werknemer aangenomen worden, C. Koot, die in 1929 opgevolgd wordt door Loek van Atten.

Crisisjaren

1930 In de crisisjaren loopt de omzet van eieren bij de Gebr. Wubben terug naar 40% van de goede naoorlogse jaren. Dit komt voor een groot deel door faillissementen onder de afnemers, kleine middenstanders, bestaande uit melkboeren, bakkers en kruideniers. In 1936 komt de zoon van Wim Wubben, J.C.M. (Jan) Wubben (1921-1998) in de zaak werken. Er zijn dan geen externe krachten meer nodig.

Tweede Wereldoorlog

1940 Na de capitulatie komt de binnenlandse eieraanvoer weer snel op gang. Dit zal niet lang duren De bezetter stelt daarom maximumprijzen en in de loop van de oorlog gaan de eieren ook nog op de bon. De zwarte handel bloeit. De administratieve rompslomp gaf in de oorlogstijd meer werk dan de handel en distributie. Het gehele vervoer zakt terug tot één bakfiets en personeel is niet meer in dienst.

1944 Na de spoorwegstaking komt de handel geheel stil te liggen.

Naoorlogse jaren

1945 Na de oorlog komt de productie van eieren weer snel op gang mede door de inzet van de dan nieuwe broedmachines. In 1949 gaan de eieren van de bon en gaat de omzet van de grossierderij met sprongen vooruit. De firma schaft een eiersorteermachine en een eerste vrachtwagen aan. In 1948 komt Joop, J.A.M. Wubben (1929), zoon van Wim, in de zaak werken. Als hij het jaar daarna in militaire dienst gaat komt zijn broer Wim, W.J.M. Wubben (1927-1996) de gelederen versterken. Na zijn terugkeer uit Indië komt Joop weer terug in de zaak.
Als Wim (jr.) in 1954 een VéGékruidenierszaak aan de Beeklaan overneemt, doet de jongste zoon van Wim (sr.), Gerard, G.C. Wubben, (1935-2006) zijn intrede in de zaak.

1963 Het 75-jarig bestaan van de firma gebr. Wubben wordt gevierd. Trots wordt vermeld dat de omzet nog nooit zo hoog was als in 1962. De zaak beschikt inmiddels over drie vrachtwagens.
Wim Wubben trekt zich in 1963 op 70-jarige leeftijd terug uit de zaak, twee jaar later gevolgd door zijn broer Joop. Joop (jr.) en Gerard zetten het familiebedrijf voort.

Bedrijfsbeëindiging

1974 De firma gebr. Wubben verhuist van de Pastoorswarande naar een industrieterrein aan de Papsouwselaan in Delft. De oude panden in een saneringsgebied die bovendien staan in een steeds vollere binnenstad, voldoen niet meer. In de jaren ’60 en ’70 komen de supermarkten op waardoor steeds meer midden- en kleinbedrijven moeten sluiten. Ook de firma gebr. Wubben moeten grootschaliger gaan werken.

1975 De grootste afnemer van de eieren van Wubben, de Konmar, besluit dat de eieren geleverd moeten worden in pallets die zo in de supermarkt geplaatst kunnen worden. Dit vergt van de grossier een zeer grote investering terwijl de Konmar maar een leveringscontract van een jaar wil afsluiten. Hierop besluiten Joop en Gerard Wubben het bedrijf te beëindigen. De tijd van plaatselijk opererende grossiers is voorbij.

Afbeeldingen

Locatie(s)

Titel Adres

Bronmateriaal

  • Wubben 75 jaar eierhandel. Den Haag, 1963, 24 p.
  • F.J.A.M. van der Helm. ” Van kleine winkel tot half miljoen eieren met Pasen” , Oud-Hagenaar, 18 december 2014