Haagvaarder 130 (hoofdartikel)
De Industriefilm van de Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat (VNF)
De in 1915 in Den Haag opgerichte VNF nam in 1922 het initiatief om filmvoorstellingen te organiseren van films die betrekking hadden op de Nederlandse nijverheid. Bedrijven werden opgeroepen om eigen films aan de vereniging in bruikleen te geven.
Filmvoorstellingen in Den Haag
Eén van de eerste filmvoorstelling vond plaats in de grote zaal van de Familie Bioscoop in de Prinsestraat. De filmvertoning bracht beelden van de Tricotfabricage, havenwerken in Rotterdam, de haringvisserij en voor de afwisseling twee humoristisch reclamefilms. De secretaris van de VNF H.F.R. Snoek gaf een toelichting bij de films. De interesse was groot, de zaal was geheel bezet. Het programma werd in diverse steden herhaald, soms “begeleidde pianomuziek de trillende beelden”. In de pauze waren er ook “vrolijke harmonica’s“ te horen.
In 1923 beschikte het bestuur van de VNF al over een ruime voorraad films om programma’s mee samen te stellen. In hetzelfde jaar draaide in de Familie Bioscoop een nieuw programma dat in de pauzes opgeluisterd werd door de muziekvereniging Cremona en de sopraan Non Lumkeman. De zaal was wederom geheel gevuld en ook plaatselijke autoriteiten waren aanwezig.
Van Neijenhoff
In 1917 kreeg Willy Mullens van Haghe Film de opdracht van de Glasfabriek Leerdam een film te maken over het bedrijf. Dit was een van de eerste Nederlandse bedrijfsfilms in opdracht gemaakt. Mullens’ regie van ‘Glas-Industrie in Leerdam’ diende andere filmmakers jarenlang tot voorbeeld. De films volgden stapsgewijs het industriële proces: van de aanvoer van grondstoffen, via het productieproces naar de distributie van de eindproducten.
Een belangrijke cineast voor de VNF was Otto van Neijenhoff. Hij trad rond 1917 in dienst bij Mullens, aanvankelijk als laboratoriumassistent en later als cameraman. In 1923 begon Van Neijenhoff een productiemaatschappij die zich uitsluitend toelegde op bedrijfsfilms. Met dit bedrijf, Industrie Wetenschap Actualiteit (IWA), maakte hij tientallen bedrijfsfilms voor de VNF. Bij de vereniging werd hij aangesteld als technisch leider van de VNF-afdeling ‘Opnamen van industriële films’. Later was hij enige tijd adjunct-secretaris. De samenwerking tussen IWA en VNF pakte positief uit. Van Neijenhoff breidde in 1930 zijn bedrijf uit met laboratoriumfaciliteiten. Hij haalde wel het ongenoegen van de Nederlandse Bioscoop Bond op zijn hals door alle opdrachten van VNF voor zichzelf te houden.
Naast de films van IWA maakte de VNF voor haar programma’s gebruik van films van andere cineasten, zoals bijvoorbeeld van Haghe Film.
Interbellum
In de jaren 20-30 lieten bedrijven honderden bedrijfsfilms maken. De films kenden aanvankelijk een vast stramien waarin voor de filmmakers weinig mogelijkheden bestonden om te variëren. Af en toe werden kunstgrepen uitgehaald om de films interessanter te maken, maar deze waren slechts van cosmetische aard. Zo voegde Van Neijenhoff wel animatiesequenties toe in zijn bedrijfsfilms. Pas onder invloed van de avant-garde film eind jaren 20 zou de bedrijfsfilm fundamenteel van gezicht veranderen.
In 1931 organiseerde de VNF 195 filmvoorstellingen met eigen filmmateriaal. Ondanks herhaaldelijke oproepen kon het filmarchief niet uitgebreid worden, “… de Nederlandsche Industrie schijnt nog zeer onvoldoende in te zien de groote waarde van bekendmaking van hetgeen ze maakt met behulp van film…”. Toch zag de VNF in 1932 wel de mogelijkheid om een rondreis van een half jaar te organiseren door het hele land met eigen auto met filmapparatuur. Elke avond, behalve zondag, vond er ergens in een stad een voorstelling plaats, telkens met groot succes.
Terugloop
Eind jaren 30 nam het enthousiasme voor de filmsessies van de VNF snel af. Na de oorlog bleef de bedrijfsfilm wel een effectief middel om het publiek te bereiken, de individuele bedrijven namen zelf hiertoe het initiatief. Een Haags voorbeeld is de firma Hus, die in de jaren 50 na het betrekken van een nieuwe broodfabriek in Morgenstond, een film liet maken. Deze film werd bij bedrijfsbezoeken, voorafgaande aan de rondleiding door het bedrijf, getoond.
De grote hoeveelheid industriefilms die de VNF liet maken geven nog altijd voor hedendaagse toeschouwers een prachtig beeld van werkomstandigheden, arbeidsverdeling en productie uit die periode.
Koos Havelaar
Bronnen:
Nederlandsch Fabrikaat, diverse jaargangen.
B. Hogenkamp, L. Hoogerman & S. Reynen, Otto van Neijenhoff. Een filmografisch overzicht, Amsterdam (1988), p. 1
B. Hogenkamp & M. Lauwers, De films van de Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat, Amsterdam (1993), p. 26
https://www.eyefilm.nl/collectie/onderzoek


