Bedrijfsbladen
Doelfray’s Schildersblad / Verf
Het bedrijfsblad van de verffabriek Van den Doel & Fray kwam voort uit het reclamebeleid van de firma. Met de aanstelling in 1919 van de heer J.W. Goudsbloem als reclameman werd de eerste stap hierin gezet. Hij begon met het maken en plaatsen van advertenties, die na verloop van tijd steeds groter werden. Ook bedacht hij pakkende namen voor de Doelfray producten, zoals Dubbeldroog voor siccatief, Kwiek voor afbijtmiddel en Rono voor plamuur, een afkorting van Rolt Nooit. Soms werd hier een prijsvraag voor uitgeschreven, zoals bij Japanlakken. Tegelijkertijd ontstond meer aandacht voor verpakking en de etiketten op de verfblikken en circulaires, die informatie gaven over de Doelfray producten. Bij bijzondere feesten nam het bedrijf ook deel in optochten met een reclamewagen. In 1925 verscheen de eerste full-page reclame in de schildersvakbladen. In die tijd ontstond ook het bekende Doelfray beeldmerk met de ooievaar met de kwast in de bek.
Schildersblad
Al deze reclameactiviteiten leidden in 1927 tot de lancering van het Doelfray’s Schildersblad met als eerste artikel ‘De schilder en zijn vak’. De eerste oplage lag op 6.000 exemplaren met 16 pagina’s in kunstdruk en met veel illustraties. De oplage zou begin jaren 40 uitgroeien tot een oplage van 11.000 exemplaren met een omvang van 24 pagina’s. Goudsbloem was de redacteur en verzorgde ook de lay-out van het blad. De eerste jaargang richtte zich vooral op de firma Van den Doel & Fray en haar producten. Veel en grote advertenties domineerden, maar ook al in het eerste jaar ontstond het idee om ook aandacht aan andere zaken te besteden. Vandaar dat er een pagina kwam met raadsels en puzzels en ook werden er wedstrijden uitgeschreven en de uitkomsten hiervan kregen veel ruimte. Ook kwam er een kinderhoekje en een strip van de ‘bengels Kwiek en Kwak”. Humor vond eveneens een plek in het tijdschrift onder meer in gedichten, die soms ook de titelpagina vulden. Verder waren het vaktechnische en organisatorische artikelen die de boventoon voerden. Deze artikelen werden geschreven door Doelfray-medewerker Dirk van Apeldoorn. In de tweede jaargang verscheen minder directe reclame en namen de meer neutrale vakartikelen de overhand. Het ging daarbij om de opbouw van het schildersvak, het op peil houden van het ambacht, maar ook over het schildersambacht uit het verleden. Daarbij werd de filosofie gehanteerd: “Goed handwerk is kunst en heeft kunst niet veel met handwerk van doen?” Zo kwam de redactie ook uit bij het schrijven van artikelen over stedenschoon en later over de schilderkunst.
Toen de redactie bemerkte dat de kunstbeschrijvingen van schilderijen in musea in de smaak vielen, kwamen de reeksen met uitgebreide artikelen over kunst op gang. Met ingang van de jaargang 1932 startte deze grote verandering. Tijdschriften met dergelijke artikelen voor een breed publiek bestonden toen nog niet. In verschillende series verschenen de artikelen over Nederlandsche Schilderkunst in het Rijksmuseum, schilderkunst in de 18e eeuw, Italiaanse schilderkunst van de Renaissance en Franse schilderkunst uit de 19e eeuw. Het blad trok hiermee de aandacht en vond zijn plek in de schilderswereld en zelfs daarbuiten. Geliefd werd het en verzameld, waarvoor Doelfray op den duur weer de mogelijkheid bood om de jaargangen in te laten binden in een mooi stevig omslag. Door de verhoging van de oplage van het Schildersblad en ook door allerhande ander drukwerk werd in 1929 een eigen drukkerij in de fabriek ingericht, die onderdeel werd van de reclameafdeling. De drukkerij zou binnen tien jaar nog twee keer vergroot worden. In 1939 deed de kleurendrukmachine hier zijn intrede.
De omslag van het tijdschrift werd steeds mooier; het begon met een gelig kaftje, maar in de jaren 30 kwam er een nieuwe omslag…”een mooi ook Frisch, Hollandsch, naturalistisch, met de geliefde ooievaar en volle vrijheid en de edelste omstandigheden, als het ouderpaar bij het nest met jongen.” Bij de jaargang van 1938 kreeg het blad zelfs een zilveren lauwerkrans vanwege het jubileum van de fabriek.
Opheffing en nieuwe start
De papierschaarste die in de oorlog optrad en het verbod van de overheid, maakte in 1941 een voorlopig einde aan het verschijnen van het blad. De redactie keek in een artikel van vijf volle pagina’s uitgebreid terug op wat er allemaal langs was gekomen in de 15 verschenen jaargangen. Alle artikelen werden per onderwerp geteld en diverse aspecten kwamen daar nogmaals aan de orde. Zo waren van de in totaal 2.268 pagina’s er 832 gewijd aan de schilderkunst, 488 aan de fotografie met reproductie van de beste ingezonden foto’s van wedstrijden. Hierbij kwamen thema’s aan de orde als bruggen, vuurtorens, schepen, vogels, etc. Het aantal pagina’s met vakartikelen behaalde het aantal van 709 pagina’s. Een kleine minderheid van de pagina’s bracht nieuws over jubilea van Doelfraymedewerkers, de producten en uitgevoerde schilderswerken met Doelfrayverf. De slagzin, die uit de eerste rebussen kwam, vormde ook het ideaal van het tijdschrift: “Ons blad bindt met een vrindenband, De schilder met den fabrikant”. In de eerste 15 jaar van verschijnen produceerde het blad ook 150 berijmde slagzinnen.
Nadat de schaarste van materialen na de oorlog afnam, kon ook het Doelfray’s Schildersblad weer gaan verschijnen. Dit gebeurde in het jaar 1948 en daarmee kon de 16e jaargang het licht zien. De lay-out werd wat losser en het strenge kadreren was daarmee verledentijd. Ook het omslag kreeg een nieuwe outfit. De artikelen in het tijdschrift richtten zich meer en meer op het bedrijf. Regelmatig verschenen er artikelen over grote gebouwen of complexen waar de Doelfray producten werden toegepast. In de loop van 1952 kreeg het blad een nieuwe naam: Verf. De titel kwam in irisdruk ‘met kwast geschreven’ op een zwarte ondergrond op het omslag te staan met in wit de toevoeging: “voor Schilders, Industrie en Scheepvaart” en de firmanaam: “Van den Doel & Fray’s Lakfabrieken c.v. Den Haag”. Op de achterkant van het blad verscheen een silhouet van het Doelfray fabriekscomplex in wit op een zwarte achtergrond. Later zou dit een zwarte tekening op wit worden. Ook de lay-out wijzigde in een frisse jaren 50 look met meerdere steunkleuren, in pastel met her en der een stevig rood of blauw, helemaal in de smaak van die tijd.
Een groot verlies voor het tijdschrift was het overlijden van redacteur Goudsbloem in 1953. Reeds een paar jaar later, in 1957, bleek de kostbare kleurendruk van Verf een probleem te zijn worden en werd de uitgave gestopt.


























